Het kind moet een naam hebben

Op het moment dat ik zwanger werd, besefte ik nog niet hoevéél beslissingen er me te wachten zouden staan. Zoals elke net-zwangere, zeker? Naar welke opvang stuur je je kind, krijgt hij een tuutje of absoluut niet, waar leg je hem te slapen, zou hij nu een truitje aanmoeten of is het zo warm genoeg, een dekentje misschien? Zou hij nu honger hebben of probeer je nog eens te sussen? Later volgen er nog andere beslissingen: naar welke school gaat hij, mag hij nu wel of niet een chocomelkje, eet hij warm op school of boterhammen, moét hij zijn jas zelf in de kast doen of doe je het voor het gemak gewoon eens zelf vandaag, … Ze blijven maar komen!

Maar nog vóór al deze kleine dagelijkse beslissingetjes, kwam er een hele grote. Wij als toekomstige mama en papa kregen met dat streepje op de test een gigantische verantwoordelijkheid in de schoot geworpen: Welke naam geef je aan dat boeleke! Ik vond dat eigenlijk echt een zót idee, dat wij dat mensje een naam zouden geven en dat die dan voor de rest van zijn leven zo zou noemen heten (West-Vlaming hé 😉 ). Een naam, dat is toch iets héél belangrijks, vind ik.

Zo rond week 20 wisten we dat het jongetjes zouden worden, dus op meisjesnamen hebben we ons nooit écht gericht. Dat verlichtte het werk toch al voor de helft!

We besloten ons door 2 zaken te laten leiden:

 Als je de naam ziet staan moet je dadelijk weten hoe ze uitgesproken wordt.
Als je de naam hoort, moet je dadelijk weten hoe ze geschreven wordt.
Het lijken kleine eisen, maar er vallen ineens héél wat namen af. Aangezien ik mezelf heel vaak ‘Lien met iiii-eeee’ noem, vond ik vooral die laatste wel belangrijk.  Hier bijvoorbeeld enkele namen die wij ook best wel mooi vonden, maar die er dus uit vielen: Tibeau/Thibeau/Tibo;  Louis/Lowie; Lucas/Lukas; Leon/Léon; …

Verder wilden we liefst korte namen, zeker géén accentjes (want dat is zo vervelend in een e-mailadres en moet ook telkens gedicteerd worden) en de namen zouden liefst Vlaams/Nederlands zijn, niet Frans bijvoorbeeld. Oja, en in het West-Vlaams moest het ook wel een beetje deftig klinken. Van populariteit trokken we ons niet te veel aan, we gokten erop dat er toch wel geen 4 van dezelfde in hun klas zouden terechtkomen.

Ik stortte me op het maken van lijstjes, mijn Meneer op het schrappen 😉 Vooral het tussenin enkele dagen laten bezinken, hielp goed.

Voor Grote Broer werden we het op een dag gewoon eens. En toen we 2,5 jaar later weer op zoek gingen, kwam datzelfde gevoel ook alweer redelijk snel. ’t Was er niet voor gedaan, maar achteraf vind ik het wel heel leuk dat ze allebei naar een boekpersonage genoemd zijn waarover ik als kind al graag las…

 

Lees ook over de naamkeuze van Flo bij Tales From The Crib.

 

Advertenties

One thought on “Het kind moet een naam hebben

  1. Pingback: Instameet – nummer twee | mooi ding

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s